Home Actueel Regionale investeringsfondsen willen einde maken aan wirwar van financieringspotjes

23 juli 2017

Regionale investeringsfondsen willen einde maken aan wirwar van financieringspotjes

Regionale investeringsfondsen willen einde maken aan wirwar van financieringspotjes

Vijf regionale ontwikkelingsmaatschappijen beheren in totaal 35 fondsen die bijna allemaal gericht zijn op 'innovatieve ondernemers'. Kan dat niet slimmer?

Het aantal publieke fondsen waar ondernemers kunnen aankloppen voor financiering is te versnipperd. Met minder fondsen kunnen de kosten voor het beheer omlaag en kan er meer geld in de regionale economie worden geïnvesteerd.

Dat zeggen de twee regionale ontwikkelingsmaatschappijen in Oost-Nederland en Limburg tegen het FD. Ze zijn in gesprek met de provincies en andere aandeelhouders om een einde te maken aan de versnippering.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen zijn belangrijke financiers van start-ups en vernieuwende mkb-bedrijven. Oost NL, Liof, BOM, InnovationQuarter en de NOM hebben opgeteld 35 publieke investeringsfondsen onder hun hoede, van het Innovatiefonds Overijssel, Cleantechfonds Brabant tot het Doefonds Fryslân. Experts hebben al eerder gewaarschuwd dat deze versnippering van fondsen bij ondernemers tot onduidelijkheid leidt.

De ontwikkelingsmaatschappijen constateren nu zelf ook dat het beheer van de fondsen ingewikkeld is geworden. Zo richten veel fondsen zich op dezelfde doelgroep — innovatieve ondernemers — maar zijn de voorwaarden per fonds verschillend. 'Het is makkelijk om een fonds op te richten voor een specifieke sector of een specifiek probleem, maar we moeten voorkomen dat we drie keer hetzelfde doen’, zegt Tys van Elk, sinds maart directeur van het Limburgse Liof.

Zo zijn de drie provincies Drenthe, Friesland en Groningen gezamenlijk aandeelhouder van de noordelijke ontwikkelingsmaatschappij NOM. Maar de drie provincies hebben ook nog drie andere fondsen bij de NOM ondergebracht, maar dan voor 'eigen' ondernemers. Zo richt het MKB Fonds Drenthe zich op 'innovatieve ondernemers en ondernemers die willen groeien in Drenthe', is er een Groeifonds voor Groningse ondernemers 'die ambitie hebben' en zoekt het Doefonds Fryslân 'innovatieve ondernemers in Fryslân'.

€40 mln voor 180 bedrijven

De vijf regionale ontwikkelingsmaatschappijen hebben in 2016 opgeteld €40 mln in 180 start-ups en mkb-bedrijven geïnvesteerd. Ter vergelijking: in 2014 en 2015 was dit €58,9 mln, respectievelijk €64,5 mln. Behalve met financiering helpen de ontwikkelingsmaatschappijen bedrijven met het ontwikkelen van een bedrijfsplan voor nieuwe producten en diensten of grote samenwerkingsprojecten en proberen ze buitenlandse bedrijven naar Nederland te halen. De vijf ontwikkelingsmaatschappijen zijn grotendeels in handen van de provincies en het ministerie van Economische Zaken. Ze ontlenen hun bestaansrecht aan marktfalen, bijvoorbeeld als private investeerders de risico's om te investeren in een innovatief bedrijf te groot vinden. 

In Gelderland heeft de provincie een apart Innovatie- en Energiefonds Gelderland opgericht voor innovatieve ondernemers in Gelderland, terwijl het hoofdfonds van Oost NL zich op dezelfde doelgroep richt in Gelderland én Overijssel. Marius Prins, directeur van Oost NL, vindt dat moeilijk uit te leggen. ‘Waarom zou je een apart fonds hebben voor dezelfde doelgroep? Veel labels leiden tot hogere kosten om de fondsen te beheren. Draagt dat extra bij aan de groei van de regionale economie?’ Volgens Prins kan de fondsenstructuur een stuk eenvoudiger. 'Met minder fondsen en minder bureaucratie zijn we minder geld kwijt aan het beheer en kunnen we meer tijd en aandacht besteden aan ondernemers, de dragers van de regionale economie.'

Profileren

Het pleidooi van de twee ontwikkelingsmaatschappijen ligt gevoelig. In het verleden durfden de ontwikkelingsmaatschappijen de oprichting van een nieuw fonds niet ter discussie te stellen. Veel fondsen zijn namelijk bedacht door een van hun belangrijkste aandeelhouders: de provincies. Het kan dan wel efficiënter zijn om geld te investeren in een bestaand fonds voor bedrijven in meerdere provincies, provinciebestuurders willen zich ook graag kunnen profileren met een fonds voor 'eigen' ondernemers. Zeker in tijden van crisis.

Maar met een aantrekkende economie en de provinciale verkiezingen van 2019 in aantocht vinden de ontwikkelingsmaatschappijen het een goed moment voor een gesprek over het nut van de fondsen. Prins: 'Het is onze taak maximaal publiek rendement te realiseren.'

De provincie Gelderland staat achter het initiatief om fondsen voor innovatieve ondernemers in Oost-Nederland te bundelen, laat gedeputeerde Michiel Scheffer weten. Ook Marc van Voorst tot Voorst, plaatsvervangend directeur van de brancheorganisatie van participatiemaatschappijen NVP, vindt een 'moment van reflectie' nuttig. 'Wij kunnen ons voorstellen dat er schaal- en synergievoordelen te behalen zijn.'

Allard Kaptein (l) en Tjeerd Barf van Acerta Pharma. De verkoop van het biotechbedrijf aan farmagigant AstraZeneca leverde de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL in 2016 €12,5 mln op.
Allard Kaptein (l) en Tjeerd Barf van Acerta Pharma. De verkoop van het biotechbedrijf aan farmagigant AstraZeneca leverde de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL in 2016 €12,5 mln op .Jasper Juinen


Terug naar het overzicht

Auteur:
Ilse Zeemeijer
Financieele Dagblad FD.nl

Publicatie over partner(s):


Tags

Health Valley Partners