Home Actueel Nieuws uit ons netwerk Hightech rollators en revalideren in de sfeer van een viersterrenhotel

08 oktober 2020

Hightech rollators en revalideren in de sfeer van een viersterrenhotel

design voor ouderen is er volop

Ze zijn met veel, ze hebben doorgaans best wat te besteden en ze houden net zo van mooie spullen als jongere generaties. Toch zijn senioren voor hun zorgproducten vaak veroordeeld tot designs waarin geen sprankje plezier te bespeuren valt. Dat kan beter, beseft de aanstormende ontwerpgeneratie.

De Lea Care is geen robot en geen looprek. Deze elektrische en zelfrijdende rollator tjokvol digitale snufjes is iets ertussenin. De handvatten meten de kracht van de gebruiker; is deze ongelijk verdeeld over de handen, dan corrigeert de Lea de koers. En dat is nog maar één van de 74 sensoren. Ook de lichaamsbalans wordt gecorrigeerd door de snelheid aan te passen. De volautomatische robot kan begeleiden in zogenoemde ‘fysioprogramma’s’; de data worden gelijktijdig naar de behandelende therapeut of arts verzonden, die van afstand het trainingsprogramma kan aanpassen. Met de ingebouwde tablet kun je beeldbellen met familie en vrienden. Het is zelfs mogelijk om de Lea met een speciaal horloge naar je toe te laten rijden. En, toch ook niet onbelangrijk, het design is al even innovatief, bijna aerodynamisch, maar ook toegankelijk en verzorgd.

Wat een wereld van verschil met de zelfbenoemde ‘Scootmobiel van het jaar’, de Quingo. Met zijn uitgekiende design en vernuftige vijfde wiel aan de voorkant is hij gebruiksvriendelijk, veilig en robuust. Maar mooi? Mwah, eerder een uitgesproken lomp design. Net als al die andere scootmobiels. Geen enkele moeite is gedaan om het een beetje leuk te maken. Alsof in de tweede helft van je leven mooie spullen opeens niet meer belangrijk zijn. Terwijl de boomer veelal een stabiel inkomen heeft en geen hoge vaste lasten, zoals een hoge hypotheek, studiekosten van kinderen of alimentatie. Ingrijpende levensveranderingen zoals een carrièrewissel zijn eveneens gepasseerd, waardoor ze al hun geld kunnen uitgeven aan persoonlijke ontwikkeling en... nou ja laten we maar zeggen: het grote gemak.

Nederland telt inmiddels 3,3 miljoen senioren, zo blijkt uit de laatste CBS-cijfers. Dat gaan er alleen nog maar meer worden, tot in 2040 de piek is bereikt met 4,7 miljoen 65-plussers, een kwart van de bevolking. En zij leven zoals een vijftiger in de jaren tachtig: steeds vaker nog werkzaam en anders toch zeker maatschappelijk actief als vrijwilliger. Logisch dat ze geen genoegen nemen met de term bejaard. Ze zijn yep oftewel young elderly person. Of ‘genieters van de derde levensfase’. Maar er zijn ook senioren die een Lea Care nodig hebben of zelfs intensieve zorg nodig hebben. Het is kortom een diffuus maar ook razend interessant marktsegment. Ouderen moeten alleen wel op de juiste manier worden aangesproken.

‘Wij kiezen voor advancers’, zegt Pascale de Wijs van Grey Rebels, een bureau voor ouderenmarketing. ‘Advancers zijn geen passieve consumenten die hun nieuwe auto of fiets door de kinderen laten uitzoeken. Ze zijn zelfbewust en kritisch.’ De Wijs gelooft niet in flitsende elektrische fietsen of hippe brilmonturen speciaal voor deze doelgroep. ‘Ze willen dezelfde spullen als jongere generaties. Een inclusieve modecampagne van kledingwinkel Zeeman waarbij twintigers, veertiger en zestigers in dezelfde kleding naast elkaar staan in één modecampagne, dat slaat aan.’ Met één grote uitzondering: ‘Producten die heel specifiek aansluiten bij de fysieke capaciteiten van ouderen.’ Oftewel, een fraaie zorgarmband waarmee zorgpersoneel op afstand lichaamsfuncties kan aflezen of een badkamer met zitdouche, beugels en antislipvloer met oog voor eigentijds design. ‘Jammer genoeg zijn er maar weinig bedrijven die daarin durven te investeren. Merken investeren liever in jongere doelgroepen die ze langer als consument kunnen vasthouden.’

Dat de ouderenmarkt weerbarstig is, merkte ook het bedrijf achter de Lea Care, waarvan er uiteindelijk slechts enkele tientallen werden geproduceerd. ‘Met het product was niks mis. Het traject naar een vergoeding in het zorgstelsel is alleen lang en taai, omdat er moet worden voldaan aan strenge regelgeving en wetenschappelijke onderbouwing van effectiviteit. Daardoor haakten de investeerders uiteindelijk af’, zegt ondernemer Maja Rudinac, die de zorgrobot presenteerde met de Delftse TU-professor Pieter Jonker. Inmiddels is Rudinac business developer bij Caspar AI, een Amerikaans bedrijf dat domotica ontwikkelt voor de seniorenmarkt. ‘Vanaf een paar honderd euro richten wij een huis in met bewegingssensoren en detectoren voor licht of lucht. Als een bewoner valt of het gas staat nog aan, wordt automatisch een alarmsignaal verstuurd naar arts, thuishulp of mantelzorgers.’ De sensoren worden geschakeld aan Amazons Alexa of andere thuisassistenten en zijn zelflerend. ‘Op een gegeven moment wordt het gedrag van de bewoner herkend. Als die elke nacht wakker wordt, springen de lichten vanzelf aan.’

Langer – en vooral ook veiliger – thuiswonen, dat is het gat in de ouderenmarkt. Of zoals ouderenmarketeer De Wijs zegt: ‘Ouderen zien zelfstandigheid als een verworven recht.’ Daar speelt de start-up SmartQare slim op in, met een apparaat dat de fysieke gezondheid van ouderen continu en op afstand monitort. ‘Het is een wearable die je net als de smartphone tijdens het joggen met een band om je arm draagt’, zegt Vincent Laagland, senior design bij industrieel-ontwerpbureau Van Berlo. ‘Het apparaat meet hartslag, zuurstofsaturatie en andere lichaamsfuncties en verzendt de data naar een veilige online-omgeving waar alleen verzorgers bij kunnen. Pas als er afwijkingen zijn, krijgt de arts of thuiszorg een signaal.’ Maar, benadrukt Laagland, SmartQare is geen technologische vervanging van reguliere gezondheidszorg: het vermindert de toenemende zorgvraag en werkdruk. ‘De uiteindelijke zorg wordt nog steeds verleend door mensen, niet door technologie.’

Met ouderdom komen onvermijdelijk ook de gebreken; in de leeftijdsgroep 75 tot 85 jaar ervaart driekwart fysieke klachten. Dankzij nieuwe technologieën en innovatieve materialen worden de zorgproducten voor deze ouderenmarkt slimmer en vooral aantrekkelijker. Zelfs steunkousen; vorig jaar lanceerde een student van de Design Academy Eindhoven de NI-TI, een steunkous van een thermisch krimptextiel. Pas als de kous om het been zit, trekt deze strak door lichaamswarmte. Met een coolpack kan de kous vervolgens ook weer eenvoudig worden uitgedaan. Zo hoeft er niet meer twee keer per dag een verpleegkundige langs te komen, en blijft de steunkousdrager zelfstandig. Bovendien zijn ze niet meer aangewezen op die stigmatiserende vleeskleurige kousen: de NI-TI is leverbaar in diverse kleurcombinaties; van klassiek donkerblauw met grijze streep tot een jeugdig rood met geel.

Bijzonder in opkomst zijn de wearables, zorgproducten voor thuiswonende ouderen die als een sieraad of kledingstuk worden gedragen. Connextyle is een kledinglijn met bewegingssensoren ter ondersteuning van revalidatie na een beroerte. In de mouw van een modieuze wollen schoudertrui of een sweater met een opvallend gatenpatroon zijn sensoren verwerkt, die de spieractiviteit continu meten. De data geven inzicht in de behandelresultaten. Het product bevindt zich vooralsnog in de prototypefase. Maar, zo zegt ontwerper Jessica Smarsch, met de juiste partners kan het op korte termijn worden gelanceerd. ‘Veel medische apparaten en ondersteunende kleding versterken het gevoel van ziek zijn. Maar als je je mooi en daardoor sterk voelt, draagt dat enorm bij aan de heling.’

Dat goed design bijdraagt aan de gezondheid bewijst ook het zorghotel Domstate in Utrecht, dat werd ingericht door ontwerpbureau VEVDL van Niels van Eijk en Miriam van der Lubbe. Hier kunnen ouderen in verschillende leeftijdsgroepen herstellen van een operatie of revalideren in de sfeer van een viersterrenhotel, waarna ze opgekikkerd weer naar huis kunnen. De gasten – vanzelfsprekend wordt er niet gesproken van patiënten – verblijven in een verzorgde omgeving met een azuurkleurige balie, een roze loungemeubel met kamerplanten en een zwarte vleugel op de patio. Er is een café, en in het restaurant wordt à la carte gegeten. De houten meubels zijn op maat gemaakt, in de gangen ligt zacht tapijt en muren en de asymmetrische akoestische gordijnen hebben frisvrolijke kleuren. ‘Dit is een healing environment’, legt Van der Lubbe uit. ‘Een prettig verblijf staat voorop en gasten moeten een gevoel van zelfstandigheid krijgen. Tegelijkertijd worden ze uitgedaagd om zo veel mogelijk te bewegen. Bij de entree staat meteen een parkeerruimte voor rolstoelen en er zijn geen automatische deuren, zodat de gasten wel móéten bewegen. In de tuinen rondom het complex liggen oefenfaciliteiten.’ Domstate werd in 2019 gekozen tot Zorggebouw van het Jaar. ‘Het hele verblijf is gericht op herstel, wat daardoor korter duurt. De uiteindelijke behandelkosten zijn daarom niet hoger dan bij traditionele revalidatiecentra.’

Maar niet alleen voor de zelfbewuste en zelfstandige senioren – de yeps of advancers – kan inventief design een verschil maken. Een snel groeiende groep is ouderen met dementie. Ook voor deze doelgroep kan slim en soms ook fraai design bijdragen aan de levensvreugde. In 2018 exposeerde Fillip Studios, bestaande uit Roos Meerman en Tom Kortbeek, het Tactile Orchestra, een elektronische tapijtwand met sensoren die de klanken van een strijkorkest activeren. Door over het hoogpolige bonttapijt te strijken konden bezoekers van het Cooper Hewitt Museum in New York een muziekstuk componeren. Vanuit de zorg kregen de makers signalen dat hun kunstinstallatie geschikt zou kunnen zijn voor ouderen, met name met dementie. De muziekwand hebben ze inmiddels doorontwikkeld tot de KozieWe, een wandpaneel voor verzorgingstehuizen waarbij bewoners met de wand een virtuele wandeling door de stad of een bos kunnen maken. ‘Als ze de wand strelen, wat ook nog eens een prettig gevoel geeft, horen ze straatgeluiden als een blaffende hond of juist vogels en ruisende bomen.’

Kortbeek en Meerman (twee van de jaarlijkse Volkskrant Talenten in 2019, red.) hebben vervolgens de KozieMe ontwikkeld (zie afbeelding bovenaan), een soortgelijk knuffelkussen waarmee dementerende ouderen geluidsfragmenten kunnen afspelen. ‘De geluiden kunnen met een SD-kaart door familie of verzorgers in het kussen worden geladen. Bij voormalige oud-mariniers kun je dan bijvoorbeeld zeegeruis en meeuwen inladen.’ Dat ze feitelijk geen ervaring hadden met ontwerpen voor ouderen, zien de Arnhemse ontwerpers als een voordeel. ‘Bij traditionele zorgprojecten ligt de nadruk veelal op efficiëntie en wetenschappelijk bewezen resultaten. Onze projecten hebben een artistiek idee als vertrekpunt en zijn gericht op de verwondering en verbeelding.’

Fillip Studios is een sprekend voorbeeld van een nieuwe mentaliteit onder de aanstormende ontwerpgeneratie, die niet zo gericht meer is op sterstatus of artistieke expressie, maar zich betrokken voelt bij maatschappelijke vraagstukken en dus ook vergrijzing. ‘Door de grote vraag naar onderscheidende producten en zorgconcepten voor ouderen kun je hier als ontwerper concreet bijdragen aan betere levensomstandigheden van gebruikers. Daarbij wordt het door de introductie van nieuwe technologieën en innovatieve materialen steeds interessanter om producten te ontwerpen voor deze doelgroep’, zegt Paul Gielen, docent bij de minor ‘Age friendly service design’ van de Fontys Hogeschool. Wat mee verandert is de ontwerpmethodiek. ‘Ouderen hebben een zware stempel gedrukt op de vormgeving van onze huidige samenleving. Die pikken het niet als je als ontwerper wel even beslist hoe hun leefwereld eruit moet zien. Wij leren onze studenten om niet voor maar mét ouderen te ontwerpen in de vorm van co-creatie.’

Naast lichamelijke klachten kampen veel ouderen met sociaal isolement en eenzaamheid, wat nog is versterkt door de lockdown en social distancing. Stijlvolle producten en slimme gadgets zijn hierbij vaak geen remedie. Maar co-creatie dus wel, beseffen ook social designers Nicky Liebregts en Manon van Hoeckel. Met hun project Klusplus doen ze feitelijk niets meer dan ouderen verbinden en daar is niet meer voor nodig dan een slim ontworpen talentenscan die de vaardigheden van ouderen in kaart brengt, waarna een organisatie of bedrijf wordt gezocht die hun inzet goed kan gebruiken. Inmiddels breien ‘klusplussers’ decorstukken voor een lokaal theater en zijn ze actief in de voedseltuin in de buurt. Door ze aan te spreken op hun vaardigheden en niet op hun beperkingen, kan bij ouderen bij wie eenzaamheid op de loer ligt het sociale netwerk en daarmee de zingeving worden vergroot, zo is de gedachte.

De mondige advancer die een volwaardig en zelfstandig leven wil leiden en tot de laatste levenssnik de regie in handen houdt, ‘het is een wassen neus’, zegt Marieke Sonneveld, onderzoeker aan het designlab End of Life aan de TU Delft. ‘In de laatste levensfase is helder denken vaak niet goed mogelijk en is begeleiding bijna altijd nodig. Daarom zijn stervende ouderen bijna vanzelfsprekend omringd door een netwerk van familie en zorgaanbieders.’

Toch is lang niet alles rond die laatste levensfase geregeld, meent de TU-onderzoeker. ‘Neem euthanasie, waar artsen het nu maar een beetje zelf moeten uitzoeken. Wat zeg je tegen een patiënt? Hoeveel tijd neem je? Daarom onderzoekt een student nu hoe artsen een set van eigen rituelen kunnen bedenken waarop ze kunnen terugvallen.’ Met het designlab End of Life buigt Sonneveld zich met haar studenten over wat ze ‘het analfabetisme rond sterven’ noemt. Uitgangspunt daarbij is design thinking, een discipline waarbij met onderzoek wordt gezocht naar oplossingen, waarbij de uitkomst een app, een campagne of natuurlijk gewoon een product kan zijn. Zo ontwierp een Chinese student een spel waarmee culturele verschillen in de stervensfase kunnen worden verkend. Met het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam werd naar aanleiding van de eerste corona-uitbraak een online manier van waken ontworpen, waarbij dierbaren bijvoorbeeld in de vorm van speciale lichtjes aanwezig zijn. ‘Tijdens de laatste levensfase moeten belangrijke beslissingen worden genomen waarover goed moet worden overlegd. Bij ouder worden hoort nu eenmaal ook de dood. Design kan helpen bij de voorbereiding daarop.’


Terug naar het overzicht

Auteur:
Jeroen Junte
De Volkskrant

Publicatie over partner(s):


Tags

Health Valley Partners