Home Publicaties Jan Kimpen: Helft artsen wil meer aandacht voor preventie

18 mei 2017

Jan Kimpen: Helft artsen wil meer aandacht voor preventie

Ruim de helft van de Nederlandse artsen wil dat er meer geld en tijd wordt vrijgemaakt om in te zetten op preventie. Dat is een van de bevindingen van de Future Health Index 2017, een wereldwijd onderzoek van Philips naar de adoptie van e-health-toepassingen. ‘E-health vraagt om een gedragsverandering van artsen’, zegt Jan Kimpen, chief medical officer Philips.
 
Jan Kimpen: 'Artsen mogen alle digitale data van mij delen.' 
 

‘Preventie leeft onder artsen’, zegt Jan Kimpen, chief medical officer bij Philips. ‘Ruim de helft van de artsen in Nederland wil dat er meer middelen worden vrijgemaakt om in hun werk aandacht te kunnen besteden aan preventie. Onze bevindingen sluiten goed aan bij het visiedocument Medisch Specialist 2025 van de Federatie, waarin preventie ook een van de speerpunten is.’

Philips Future Health Index 2017

E-health, het gebruik van sensoren en andere ‘connected-health’-technologieën zullen een belangrijke rol gaan spelen bij preventie. Burgers verzamelen daarmee zelf informatie over zaken als bloeddruk, hartslag en gewicht. Door deze data te verzamelen en te duiden, kunnen gerichte interventies worden ontwikkeld om de gezondheid te verbeteren en ziektes te voorkomen. In de tweede versie van het Future Health Index-onderzoek onderzoekt Philips hoe burgers denken over de adoptie van dit soort techniek. De opzet van het Philips-onderzoek is groter dan die van vorig jaar. Werden er in 2016 25.000 patiënten bevraagd in dertien landen, dit keer gaat het om 33.000 burgers, niet speciaal patiënten, in negentien landen. ‘Door te praten met burgers weten we wat er leeft. We willen graag dat ons onderzoek een rol speelt bij het debat in de samenleving over de noodzakelijke veranderingen in de zorg. Doorgaan op de huidige weg is onbegaanbaar. Er komen zoveel patiënten aan met chronische ziektes, dat is onbetaalbaar. E-health-applicaties waarmee mensen hun eigen gezondheid kunnen verbeteren en waarmee preventie mogelijk is, zijn onvermijdelijk.'

Artsen voelen zich onbekwaam bij e-health

Tegelijkertijd komt in het onderzoek van Philips een opmerkelijke tegenstrijdigheid aan het licht. Artsen willen weliswaar meer doen aan preventie, maar als het gaat om een belangrijk middel daartoe, e-health-toepassingen, voelt maar een kwart van de artsen zich bekwaam om de vele mogelijkheden adequaat te gebruiken. Dat tekent schril af tegen het gemiddelde van 47 procent van alle dertien landen. ‘Artsen willen bewijs dat e-health toegevoegde waarde heeft. Ze geven aan behoefte te hebben aan case-studies die laten zien hoe connected care goed werkt. Als actieve patiënten nu zaken als hartslag en bloeddruk zelf meten, komt het vaak voor dat artsen daar niets mee doen. Dat is demotiverend.’

E-health gaat langzaam in Nederland

De veranderingen op het gebied van e-health gaan langzaam in de perceptie van Nederlanders. Van de ondervraagden voelt 35 procent zich helemaal geen eigenaar van de medische data in het eigen digitale patiëntendossier. Dat percentage is in geen enkel ander land zo hoog. Het onderzoek toont volgens Kimpen aan dat er een kloof is met de werkelijkheid. ‘Er kan in Nederland meer dan mensen denken. Er wordt ook meer in e-health geïnvesteerd dan mensen denken.’

Nederland loopt achter qua digitalisering

Toch loopt Nederland qua digitalisering van de zorg achter op andere vergelijkbare landen, vindt Kimpen, oud-bestuursvoorzitter van het UMC Utrecht. Het eerste knelpunt is de wet- en regelgeving over privacy en veiligheid. ‘Privacy en veiligheid moeten natuurlijk heel goed geregeld zijn. Je ziet wel dat de onzekerheid over wie waarin mag kijken de digitale uitwisseling van medische informatie belemmert.’ Schiet Nederland niet door met de nadruk op privacy? ‘De situatie hoe die nu is, schetst kennelijk het belang dat wij als samenleving hechten aan digitale uitwisseling van medische data. Philips accepteert die werkelijkheid. Als u het mij als privé-persoon vraagt, dan ben ik voor zoveel mogelijk delen van informatie. De voordelen die dat voor mijn gezondheid opleveren, wegen voor mij zwaarder dan privacy. Artsen mogen alles van me hebben. Het risico op hacken neem ik op de koop toe. Het delen van informatie helpt mij bij gezonder leven. Maar iedereen heeft daarin een eigen afweging te maken.’

Verdienmodel medisch specialisten

Een ander knelpunt is het verdienmodel van artsen, alhoewel dat in Nederland volgens Kimpen wel mee valt. Het speelt vooral in landen die een bekostigingsmodel hebben waarbij artsen worden betaald voor het volume aan behandelingen en operaties, zoals Amerika en België. Toename van e-health-toepassingen leidt juist tot minder onderzoek en behandeling en raakt artsen dus direct in hun portemonnee. ‘In Nederland is de helft van de medisch specialisten in loondienst en hangen er vaste prijzen aan een dbc.’ Verder vraagt e-health van artsen een andere manier van werken. ‘Artsen zijn van huis uit gewend om tegenover een patiënt te zitten en schriftelijk aantekeningen te maken. Ze moeten leren om alle gegevens digitaal in een patiëntendossier te verwerken. Bovendien krijgen artsen heel andere gesprekken als patiënten direct bij uitslagen van onderzoeken kunnen. Dan zijn ze bijvoorbeeld al op de hoogte van slecht nieuws voordat ze bij de dokter komen.’

Overheid moet digitale snelweg aanleggen

De overheid kan een belangrijke rol spelen om de digitalisering te versnellen. Kimpen maakt de vergelijking met de autobranche. ‘De overheid legt snelwegen aan en bepaalt de spelregels voor automobilisten. Autofabrikanten bouwen verschillende type auto’s en bussen, die allemaal passen op het wegennet. Net zo zou de overheid de digitale snelweg moeten aanleggen en de regels bepalen voor het veilig opslaan van data. Fabrikanten maken de sensoren en alle techniek om de data in de cloud op te slaan en uit te wisselen.’


Terug naar het overzicht

Health Valley Partners

Make the difference

Make the difference

Questions? Contact Health Valley.

RSS 2.0 RSS 2.0 RSS 2.0