Op woensdag 16 september reikt Coöperatie VGZ voor de tiende keer de prijs voor Zorgvernieuwer van het Jaar & de Zorgvernieuwer van de Toekomst uit. We vroegen Martijn Kers waarom VGZ dit podium biedt, wat er in tien jaar is veranderd en waarom betaalbaarheid allang niet meer het enige is dat telt.
Waarom is de Zorgvernieuwer van het Jaar ooit in het leven geroepen en is die missie door de jaren veranderd?
"Toen we tien jaar geleden begonnen, lag de nadruk vooral op betaalbaarheid: procesoptimalisaties en automatisering binnen instellingen, en het opschalen daarvan. Gaandeweg is dat verhaal veel breder geworden. Het gaat nu net zo goed over toegankelijkheid en duurzaamheid, en veel meer over echte transformatie dan over het slimmer maken van wat er al is. De missie (“vernieuwing een blijvend podium geven”) is gebleven, maar waar we naar kijken is verschoven."
Is het evenement vooral bedoeld als podium voor zorgorganisaties?
"Het is in de eerste plaats een erkenning. Vernieuwen vraagt moed en leiderschap; mensen moeten binnen hun eigen organisatie barrières slechten en er veel tijd en energie in stoppen. Door de koplopers op een podium te zetten, laten we zien dat het kan en waarom het beter is.”
Welke belangrijke ontwikkelingen zie je over de afgelopen tien jaar bij bedrijven en zorgorganisaties?
"Tien jaar geleden was vernieuwing vooral intern: procesoptimalisatie binnen de muren van een zorgaanbieder. Nu zie je veel meer samenwerking met bedrijven die een concrete oplossing hebben. Technologie kan meer, is bekender en toegankelijker geworden en er zijn simpelweg veel meer partijen die zich op de zorg richten. Ook investeerders. Dat maakt dat er veel meer oplossingen op de markt zijn en dat zorgaanbieders meer gewend zijn aan het werken met die oplossingen."
Zijn we ook anders naar de zorg gaan kijken?
"Ja. Natuurlijk is technologie een grote aanjager van vernieuwing, maar de echte verschuiving zit in transformatiedenken. Neem de vergrijzing: we hebben steeds meer ouderen en lopen tegen capaciteitsgrenzen aan. Met platforms tussen de huisarts en het ziekenhuis kun je vaak direct advies geven, zodat mensen thuis geholpen worden en niet onnodig naar het ziekenhuis hoeven. Dat is transformatie en iets anders dan binnen bestaande muren een oplossing bedenken.
Zijn jullie zelf ook anders naar zorgvernieuwing gaan kijken?
"Zeker. Tien jaar geleden keken we vooral naar betaalbaarheid. Inmiddels hebben toegankelijkeid en duurzaamheid een veel bredere plek gekregen. Betaalbaarheid blijft belangrijk, maar is niet langer het dominante criterium. We beschikken zelf over steeds meer data, zien patronen en kunnen zorgaanbieders inzichten teruggeven. Ons werk als innovatieteam is daardoor verschoven; we kijken samen met zorgaanbieders naar vernieuwingskansen, helpen implementeren en het kijken naar de impact. We willen er met elkaar voor zorgen dat we meer passende zorg kunnen leveren.”
Wat vind jij belangrijke elementen bij vernieuwing?
"De eerste vraag is altijd: moeten we dit überhaupt doen? Doen we de juiste dingen, op de juiste plek, op de beste manier? Vernieuwing blijft vaak hangen in 'hoe pas ik techniek toe om dit slimmer te doen', terwijl de vraag daarvóór is of het thuis, digitaal of in de eerste lijn kan, of misschien helemaal niet meer nodig is. Dat overstijgt de afdeling of de vakgroep; dat gaat over hoe het systeem als geheel in elkaar zit in de beweging van zorg naar gezondheid.”
Wat is de grootste uitdaging bij het realiseren van vernieuwing in de zorg?
"Precies die eerste vraag vaker durven stellen: moeten we dit doen, of kunnen we onze inzet beter richten op iets met meer impact? Als die vraag beantwoordt is en er een werkende oplossing bestaat, komt het uitdagende traject van implementatie. Daarin stuit je op gewoontes, op weerstand. Je moet vaak ook je collega’s meekrijgen dat iets echt slimmer en beter kan. Daarnaast is financiering een horde; budgetten zijn vaak per afdeling belegd terwijl je voor sommige oplossingen over de schotten heen moet samenwerken.”
Welke vernieuwing is jou het meest bijgebleven?
"De Virtual Fracture Care, zo'n zeven jaar geleden. Onder druk van overvolle spoedeisende hulp vroeg men zich af: waarom zit iedereen met een eenvoudige breuk acht weken in het gips en komt daarna telkens terug voor controle? Nu krijgen veel patiënten een brace voor zes weken en een app; is alles in orde, dan hoeft er geen nieuwe afspraak te komen. Die innovatie was er nooit gekomen zonder urgentie. En urgentie maakt de grond vruchtbaar voor innovatie."
Wat zie je terug in alle initiatiefnemers die een vernieuwing weten te realiseren?
"Moed, leiderschap en enorme bevlogenheid. Het is vaak iemand die het probleem zelf ervaart, of ziet dat een ander eronder lijdt, en van daaruit gaat vernieuwen. Op de finaleavond voel je die energie in de zaal. Het is een verzameling van mensen die het goede willen doen, trots zijn en er alles in hebben gestopt."
Wat is jouw wens op het gebied van zorgvernieuwing?
"Dat we die eerste vraag, “moet dit eigenlijk wel?”, veel normaler gaan stellen. En ik hoop dat we voorbij de fase komen waarin we alleen maar piloten doen en niet opschalen. Iets kan enorme potentie hebben, en toch is de weg ernaartoe vaak een reeks kleine, stapsgewijze verbeteringen. Koplopers laten zien dat het kan; aan ons de taak om anderen te helpen volgen."
Jullie reiken dit jaar een oeuvreprijs uit. Waarom? En wat doen jullie nog meer om zorginnovatie te stimuleren?
"Het is de tiende, bijzondere editie, dus kijken we terug: welke zorgaanbieder heeft over die tien jaar de meeste vernieuwing gebracht? Dat is een waardering voor wie consequent vernieuwt en bereid is dat te delen. En we investeren in kansrijke initiatieven: we kennen de Nederlandse zorgmarkt, de financiering en de regelgeving. Voordat een innovatie bewezen effectief is, kun je zomaar zeven, acht jaar verder zijn. Wij helpen die lange adem te versnellen en overbruggen."
